Hawker Sea Hawk FGA-50

Terug

 

Spanwijdte          11,89m
Lengte                  12,08m
Hoogte                  2,79m
Vlieggewicht        6900 - 7355 kg
Max. Snelheid      840 km/u
Vliegbereik           535 km
Motor                    1 Rolls-Royce Nene straalmotor 2359 kg stuwkracht
Bewapening         4 vaste 20mm Hispano MK-5 mitrailleurs in de rompneus elk                                   met 200 schoten onder elke vleugelhelft 1of 2 AIM-9                                                 Sidewinders of  bommenlast van 4x 500Lbs of extra                                                               brandstoftanks.                     
In gebruik bij       VSQ-3 en VSQ-860 (van 1957 t/m 1964)
Totaal in gebruik  22 stuks               





Met de order voor de levering van 22 jagers van het type Hawker Sea Hawk FGA.50  brak in 1957 het straaljagertijdperk bij de Marineluchtvaartdienst aan.
Straaljagers voor onze MLD, je kunt het je vandaag de dag gewoon niet voorstellen dat deze ontwikkelingen zich in die jaren bij de MLD hebben afgespeeld. 

De komst van de Sea Hawks betekende dan ook een uniek en interessant tijdvak in de historie van de Marineluchtvaartdienst.
Het is niet voor niets dat vele oud MLD-ers het straaljagertijdperk aanmerken als de periode van de hoogtijdagen van de MLD; volgens hen waren het vooral de avontuurlijkste jaren in het bestaan.
Volgens datzelfde oud personeel was de keuze voor de Sea Hawk destijds ook met veel instemming ontvangen; de Sea Hawk bleek een betrouwbare kist om te vliegen, met uitstekende vliegeigenschappen onder allerlei weersomstandigheden.
"In vergelijking met de Gloster Meteor a gentlemens aircraft to fly , lekker geruisloos, super licht op de stuurknuppel en een ruime comfortabele cockpit met een schitterend uitzicht rondom" aldus Sea Hawk vlieger van het eerste uur R. J. Idzerda. 
Het toestel was uitermate geschikt voor de basic ground attack taken en daarnaast ook prima te gebruiken voor operaties op zee vanaf vliegdekschepen.
Ook voor het grondpersoneel, zoals de konstabels, bleek de Sea Hawk een sleutelvriendelijke machine, natuurlijk net zoals de Hawker Hunter met z'n typerende Engelse eigenaardigheden, maar wel gebruikersvriendelijk en het airframe scoorde een dikke voldoende voor de operationele inzetbaarheid.    

 


Met dank aan de Verenigde Staten (zij zorgden via het MDAP hulpprogramma voor de financiering) konden de in Engeland bij de Fa. Armstrong Whitworth gebouwde toestellen worden aangeschaft.
  

De Sea Hawk, een 1 motorige fighter met voorzieningen zoals een Martin Baker schietstoel en opvouwbare vleugels, was reeds in grote getalen in gebruik bij de Engelse Royal Navy.
Het verschil met de Engelse variant, aangeduid als Sea Hawk FGA.6, zat 'm vooral in de extra voorziening ,bestaande uit een Philips UHF set voor radiocommunicatie.
(Herkenbaar is de korte antennemast aangebracht midden op de romp tussen de cockpit en het kielvlak).

Op 18 juli 1957 arriveerde de eerste Sea Hawk FGA.50 (6-50) op Marinevliegkamp Valkenburg, gevolgd door de officiële overdracht van de eerste 8 machines op 18 september 1957.
Kenmerkend aan de Sea Hawk waren vooral de aan de achterzijde aangebrachte vanghaak en de rechte vleugelvormen.
Voor het parkeren op vliegdekschepen konden de vleugels worden opgeklapt.
Een ander opvallend kenmerk vormde de bij de start van de straalmotoren gebruikte patroonstarters, waarbij een opvallend dik rookspoor uit een opening op de romp omhoog kwam, gelijktijdig met het knallen van de startpatronen en een hoog sissend geluid.
(zie foto onder) 

 

de typerende startprocedure van een Seahawk met daarbij
de opvallende rookpluim; door het ontbranden van de
startpatronen werd een dikke rookpluim uit een opening
in de romp, vlak achter de cockpit, de lucht ingeblazen.
Tegelijkertijd kwam met een luid gesis de motor op het
gewenste toerental.
foto MLD



Nadat een aantal MLD kwartiermakers reeds hun straaljageropleiding op Volkel hadden genoten op respectievelijk de Lockheed T-33 en  de Republic Thunderjet F-84 ontvingen ook toekomstige Sea Hawk piloten hun straaljageropleiding bij de Koninklijke Luchtmacht; na de basic training werden de mannen op Woensdrecht bij de Jachtvlieg Opleiding (JVO) geplaatst.
Er werd gelest op de Gloster Meteor T-7, gevolgd door solo vluchten op de Gloster Meteor F-4 en Meteor F-8.

Daarna volgde nog een buitenland instructiefase met detachering bij het 736 squadron van de Royal Navy op het Schotse Lossiemouth, waar de nodige ervaring kon worden opgedaan met de Vampire T-22.   

De scholing van het technisch personeel vond plaats bij de LETS op vliegbasis Deelen, hier kon men volop oefenen in het sleutelen aan oude afgedankte luchtmacht Gloster Meteor jagers.




De nieuwe Sea Hawk jagers werden ingedeeld bij het op 18 september 1957 her-opgerichte VSQ-860. 
Hiermee had VSQ-860, o.l.v. ltz. V 1 R. J. Idzerda, de primeur, nl. het eerste jachtvliegsquadron van de Marineluchtvaartdienst.

Na in de aanloopfase vanaf Marinevliegkamp Valkenburg te hebben geopereerd werd in 1958 de Karel Doorman als thuisbasis voor het squadron aangewezen.
Binnen de eerste 9 maanden vond al de eerste unieke prestatie plaats door in 1400 vluchtopdrachten maar liefst 1200 uren bijeen te vliegen.
De Sea Hawks van het VSQ-860 waren te herkennen aan de oranje markeringen rondom de neus; het later opgerichte VSQ-3 was te herkennen aan een witte beschildering terwijl de niet ingedeelde reserve kisten met een zwarte kleur rondvlogen. 


Voor de transitie- en operationele training van de Sea Hawk vliegers werd op 1 november 1957 het VSQ-3, met als standplaats Marinevliegkamp Valkenburg, opgericht.
Naast de bovenvermelde taken nam dit walsquadron ook de schiet- en calibratievluchten t.b.v. marineschepen en het air to ground schieten op de ranges van Vlieland en Terschelling voor z'n rekening. 
Om vooral in de beginperiode de instructie in goede banen te leiden detacheerde de Koninklijke Luchtmacht enkele van z'n ervaren straaljagerpiloten als (schiet)instructeur bij het squadron.




Nadat de Karel Doorman in de periode van 1955 tot mei 1958 grondig was gemoderniseerd (het van oorsprong rechthoekige vliegdek werd vervangen door een versterkt angledek, de verblijven van de manschappen en de overige accomodaties werden vernieuwd, er kwam een verbeterde en uitgebreidere radarinstallatie, modernere radio-, radar- en communicatieapparatuur terwijl ook vliegtechnische aspecten een flinke stap voorwaarts maakten met de aanleg van deklandingsspiegels en een stoomkatapult.  
Het uiterlijk van de Karel Doorman had met deze aanpassingen een flinke gedaantewisseling ondergaan.
In mei 1958 waren de werkzaamheden gereed, de Karel Doorman was nu ook geschikt voor de ontvangst van het nieuwe VSQ-860 die met z'n Sea Hawk straaljagers kort daarna kwam aanmonsteren. 
 


de Sea Hawks van VSQ-860 in aktie op de Karel Doorman.

Nadat in september 1958 de Engelsen met hun Sea Hawks de primeur hadden met de eerste proeflandingen op de Karel Doorman, volgde op 11 oktober 1958 luitenant ter zee P. van Waart, hoofd vliegdienst van de KD, door als eerste Nederlander met z'n straaljager (Sea Hawk 6-50)een deklanding op de Karel Doorman uit te voeren.

Een uniek hoogtepunt tijdens de Sea Hawk periode ( tevens een Europese primeur) vormde de invoering van de Philco AIM-9 Sidewinder, een doelzoekende luchtdoelraket die in juni 1959 bij de Marineluchtvaartdienst, als eerste organisatie in Europa, werd geïntroduceerd. Daarmee was de MLD zelfs nog uitverkoren boven de Koninklijke Luchtmacht, zij ontvingen pas vanaf 1960 de eerste Sidewinders voor gebruik onder de Hawker Hunter en Sabre F-86K Kaasjagers.

Het voor die tijd geduchte wapen, ontwikkeld door de USNavy en gefinanceerd uit gezamenlijke NAVO gelden, ontleende z'n naam aan een in Zuid Amerika voorkomende ratelslang, die van nature blind was en bij het zoeken naar z'n prooi op de lichaamswarmte afkwam om vervolgens in bochten toe te slaan.
Exact op dezelfde manier werkte deze nieuwe Sidewinder raket, waarvan er uiteindelijk 80.000 werden gefabriceerd.
De warmtezoekende raket zocht met maar liefst een snelheid van 2,5 x de snelheid van het geluid z'n doel.


Marinepersoneel op zowel Valkenburg als op de Karel Doorman kon dikwijls getuige zijn van het testen van het afvuursysteem; een konstabel ging dan met een brandende peuk op enige afstand voor de Sea Hawk staan waarna hij daarna de sigaret kort heen en weer bewoog. 
In de cockpit werd vervolgens door een andere konstabel via de koptelefoon een signaal ontvangen wanneer het systeem goed functioneerde! 


 

Voor het gebruik van de sidewinder raket moest een nieuwe ophang inrichting onder de Sea Hawk vleugel worden gemaakt.
De speciale lanceerrail met de extra bedrading werd echter glansrijk door eigen techneuten van de Marineluchtvaartdienst geconstrueerd en onder de vleugels aangebracht, terwijl de vliegprestaties hierdoor niet negatief werden beïnvloed!

In begin juni 1959 vonden de eerste proefvluchten van Sea Hawks met dummy sidewinders plaats.
Deze waren vooral bedoeld om de aerodynamische eigenschappen van de Sea Hawks onder verschillende vliegomstandigheden te beproeven.
Om de vuurkracht nog verder te kunnen verhogen waren in januari 1959 reeds proeven geweest met het afvuren van een dubbele lading 3 inch raketten; na diverse proefnemingen bleek dit wapen echter geen succes.



Samen met de Karel Doorman (als vlaggeschip van Smaldeel 5 samen met de jagers Hr. Ms. Limburg en de Hr. Ms. Groningen)zijn de Sea Hawks in 1960 nog in een reis rond de wereld geweest ; in 7 maanden werd langs de vijf werelddelen gevaren met daarbij o.a. een bezoek aan Nederlands Nieuw Guinea(voor het transport van Nederlandse Hawker Hunter jagers naar het 322 squadron op Biak, operationele oefeningen maar indirect natuurlijk ook om met de aanwezigheid van de Sea Hawks aan boord ontzag in te boezemen bij de Indonesische vrijheidsstrijders).
Tijdens een dergelijke reis in 1959 werden de Nederlandse Antillen bezocht; om die reden vond tegelijkertijd op 30 maart een open dag op vliegveld Hato plaats, waarbij de Sea Hawk 6-64 voor een primeur zorgde door het talrijk toegestroomde publiek te laten genieten van de eerste straaljager landing op de Nederlandse Antillen.
En nu we het toch over primeurs hebben; enkele jaren later zorgde luitenant ter zee 2oc Hartogh nog voor een belangrijke vermelding door op 12 november 1963 met z'n Sea Hawk 117 voor de eerste maal een full stop landing te maken op de relatief korte landingsbaan van Marinevliegkamp de Kooy. (1275m lengte).

 


mooie formatie Seahawks tijdens een fly by over de
Karel Doorman met rechts de apparatuur voor de
(luchtvaart)communicatie en ASR Radar.


Door veranderingen in de NAVO strategie werd de onderzeebootbestrijding een steeds belangrijker onderdeel in de uitvoering van de MLD; reden om uiteindelijk de taak van de Karel Doorman te wijzigen in die van een OB carrier.
Deze  taakwijziging luidde indirect het einde van de Sea Hawk bij de Marineluchtvaartdienst in en kort hierna viel het besluit om de jagers niet meer te gaan vervangen.
De elegante toestellen zouden zelfs niet meer aan boord van de K.D. worden ingescheept maar op de wal worden gestationeerd op Marinevliegkamp Valkenburg.
Hoewel men eind 1961 enigszins op deze beslissingen wilde terugkomen( de Marineleidng was van mening dat de Karel Doorman zonder eigen luchtverdediging toch wel erg kwetsbaar zou zijn) was de prominente rol van de Sea Hawks langzamerhand uitgespeeld.
Na afloop van de wereldreis in december 1960 werden de Sea Hawks met VSQ-860 tot het opheffen van het squadron in oktober 1964 definitief gestationeerd op Marinevliegkamp Valkenburg.

In 1960 waren inmiddels de Grumman Trackers gearriveerd, (speciaal voor de onderzeebootbestrijding)waarvan een deel van hen de Karel Doorman als thuishaven kreeg. 


De twee Sea Hawk jachtvliegsquadrons, VSQ-3 en VSQ-860, werden respectievelijk op 3 juli 1961 en 30 oktober 1964 buiten dienst gesteld.
In het laatste operationele jaar, 1964, werd door vliegers van het VSQ-860 nog een uniek displayteam opgericht, luisterend naar de naam "The Sealords". 
Het eerste officiele optreden van het team, dat uit 4 Sea Hawks bestond, zou plaatsvinden tijdens de ouderdag op Valkenburg, welke op 5 juni 1964 plaatsvond.
Slecht weer gooide echter roet in het optreden van het team; het zicht bleef die dag beperkt tot zo'n 200m.
Op 13 juni volgde echter de herkansing tijdens de internationale vliegshow op vliegveld Eelde.
Het team verzorgde een indrukwekkende demonstratie waarbij vooral het strakke "close formation"werk veel indruk maakte.
Op 17 oktober 1964 volgde  tenslotte een perfecte slotshow van het legendarische team op Marinevliegkamp Valkenburg.
Kort daarna werd het team in verband met de aanstaande uitfasering van de Sea Hawk opgeheven.
Foto's en meer informatie over het team kun je vinden onder de hoofdrubriek Demoteams.

Op 14 en 15 oktober 1964 bracht het VSQ-860 nog een afscheidsbezoek aan vliegbasis Leeuwarden; vanwege de jaarlijkse schietdetachementen van zowel VSQ-3 als VSQ-860 was Leeuwarden voor de crewleden van de squadrons toch een beetje hun tweede thuishaven geworden). 

Tenslotte werd met het buiten gebruik stellen van de laatste 8 Sea Hawk jagers op 30 oktober 1964 dezelfde dag de tijdelijke opheffing van het VSQ-860 een feit.
En daarmee werd het unieke en onvergetelijke straaljagertijdperk van de Marineluchtvaartdienst voorgoed beeindigd.

 
   
 
 
Alle foto's gebruikt in deze typebeschrijving zijn afkomstig uit de archieven van Prudent Staal. Veel informatie werd verkregen van Gerke Hofstra.