Thunderjet F-84E

Terug


Totaal in dienst             21
Spanwijdte                    11,9m
Lengte                            11,61m
Max Snelheid                 1000 km/u
Kruissnelheid                 770 km/u
Vliegbereik                     1350 km
Motor                              Allison J-35-A17 stuwdruk 22668 kg
In gebruik bij                 306 Squadron (code TP)

                                        311 Squadron (code PP)
                                        312 Squadron (code DU)
                                        313 Squadron (code TA)
                                        314 Squadron (code 8T)
                                        315 Squadron (code TB)
                                        316 Squadron (code TC)




In 1949 werd door het Amerikaanse Congres een wet aangenomen om de Europese bondgenoten militair te ondersteunen. 
Dankzij dit Mutual Defence Aid Program, beter bekend als MDAP, kreeg ons land materiaal in bruikleen om de eigen strijdkrachten te kunnen opbouwen.
Zo kreeg ons land o.a. de beschikking over in totaal 187 tactische jachtbommenwerpers van het type Republic Thunderjet F-84E en G.
Van de eerste versie, de Thunderjet F-84E, ontving de luchtmacht 21 exemplaren.

Van de E-versie werden in totaal bij Republic maar 120 vliegtuigen gefabriceerd.
De Thunderjet F-84G was weer een verbeterde versie met o.a een krachtiger motor.

De Thunderjets werden tussen 1951 en 1953 aan de Nederlandse strijdkrachten afgeleverd en daarna geplaatst op de vliegbases Eindhoven en Volkel.
Op Volkel werd het 311 squadron op 1 mei 1951 opgericht met de nieuwe jagers, gevolgd door het 312 squadron en 313 squadron, beiden op 1 december van hetzelfde jaar.
Op 1 oktober 1953 werd het 306 squadron nog op Volkel opgericht; dit squadron ging zich bekwamen in de fototaak.
Op Eindhoven , de tweede Tactische vliegbasis, werden het 314 squadron ( 1 mei 1952) ,315 squadron ( 1 juli 1952) en het 316 squadron ( 1 april 1953)gestationeerd, waarbij het 316 squadron als maandvliegsquadron (bijnaam herensquadron) fungeerde.

Deze tactische squadrons van Volkel vormden de Eerste Tactische Jachtgroep; uiteindelijk behoorden zowel de squadrons van Volkel als van Eindhoven niet veel later onder het nieuwe commando van de Tactische Lucht Strijdkrachten (CTL). 


Behalve het 313 squadron (opleidingssquadron) vloog men in het begin hoofdzakelijk air-air missies omdat de benodigde bewapening nog ontbrak.
Na ruim een dik jaar arriveerden een schaars aantal raketten en mochten de Thunderjet vliegers elk een raket mee naar de schietranges nemen.


Het uitvoeren van bombardementsoefeningen liet evenwel nog langer op zich wachten; de benodigde oefenmunitie (bommen) arriveerden pas in de loop van 1953.
Het vliegen met de Thunderjet leverde nogal wat problemen op.
De vliegers, veelal in zonnige oorden in Amerika opgeleid, hadden moeite met de Europese weersomstandigheden en het grondpersoneel was maar beperkt opgeleid, terwijl men nauwelijks gereedschap had.
Tevens was er een groot gebrek aan reserve onderdelen, zodat onderdelen van andere Thunderjet vliegtuigen werden gebruikt.
Daarbij beschikte de Thunderjet over een motor, de Allison J-35, die eigenlijk underpowered was en het ontbrak het nog aan voldoende sterke en hittebestendige legeringen.
Bij veelvuldig G- trekken kon het voorkomen dat de centrale as iets krom ging trekken, hetgeen dan kon leiden tot het vastlopen van de compressor of de turbine met een engine stall als gevolg.

Veel ongevallen waren dan ook het gevolg van deze tekortkomingen, waardoor relatief veel Thunderjets verloren zijn gegaan.
Later ging men de motorvanen iets afslijpen, waardoor het stallprobleem minder snel optrad.
Het nadeel hiervan was echter dat de stuwdruk van de motor nog verder terugliep, hetgeen vooral bij de start problemen kon opleveren.
Om de Thunderjet echter toch van meer power te voorzien maakte men tijdens de take off later gebruik van  zgn startraketten.
Zoals al eerder aangehaald was het 306 squadron bedoeld als foto verkenningssquadron.
In de beginperiode was men echter totaal nog niet uitgerust voor de taak, er was nog geen sprake van boordcamera's.
Pas vanaf mei 1954 begon het 306 squadron met het serieuze fotowerk, nadat de Thunderjets in de linkertiptank waren voorzien van een ingebouwde K-20 camera.

Zoals gebruikelijk in die tijd had ook ieder squadron z'n eigen displayteam, al noemde men het destijds nog gewoon "stuntteam".
311 squadron beschikte in 1951 maar korte tijd over een Thunderjet team, genoemd "Skyblazers".
312 squadron had een team in 1955, bestaande uit majoor de Vries, luitenant Frans Hoppener, luitenant Snijders en sergeant Terlouw.

314 squadron had in 1952 en 1953 een naamloos Thunderjet team, evanals het zustersquadron van het eveneens op Eindhoven gebaseerde 315 squadron.
In mei 1953, tijdens de eerste verjaardag van vliegbasis Eindhoven, vloog een team , bestaande uit 3 toestellen voor, bestaande uit majoor G. Zwaan, luitenant Joop Elkerbout en kapitein Jan Vilijn.

In juli 1953 bestond het team inmiddels uit 4 Thunderjets met de bovenvermelde vliegers, aangevuld met kapitein C.A.M "Charlie" Poublon.
Kort voor de uitfasering van de Thunderjet richtte dezelfde Poublon in 1956 nog een stuntteam op onder de toepasselijke naam "The Red Noses" (de Thunderjets van 314 squadron waren standaard voorzien van een rode neusband).
Dit team bestond naast Poublon uit Hans de Jong, Rob de Koning en de jonge vaandrig Hans "Red"Verdonk. De reserve vlieger was Henk van Dommelen, die we later weer terugzien bij het vermaarde T-33A "Whisky Four"team.



In 1955 verruilde 311 squadron als eerste squadron z'n oude Thunderjets voor de sterk verbeterde Republic Thunderstreak F-84F.
De rest van de Thunderjet squadrons volgden daarna in 1956, waarna de Thunderjet werd uitgefaseerd.
Vele ex luchtmacht Thunderjets bleven echter nog geruime tijd in gebruik bij de luchtmachten van Denemarken, Turkije, Portugal en Joegoslavië.
In Nederland bleven tenslotte een 4 tal Thunderjets bewaard voor musea etc. 
 





Een Thunderjet F-84E op de flightline van vliegbasis
Eindhoven, gebroederlijk met een F-84F Thunderstreak
en een Lockheed T-33A T-Bird tijdens een officiele
luchtmacht ceremonie in 1967;foto coll Prudent Staal