Sikorsky SH-34J /UH-34J (HSS-1N Seabat)

Terug

In 1959 werd besloten om ( met dank aan het MDAP hulpprogamma) een aantal Sikorsky SH-34 Seabat helikopters onder te brengen bij de operationele sterkte van de Marineluchtvaartdienst.
De Seabat SH-34 was een speciale uitvoering van de alom bekende Sikorsky S-58.
Speciaal, omdat dit type helikopter helemaal werd ingericht voor onderzeebootbestrijding.
In totaal ontving de Marineluchtvaartdienst 12 exemplaren, waarvan er 10 via het MDAP werden geleverd.
De overige 2 machines, registraties 134 en 135, werden naderhand (in 1963) door Nederland uit eigen middelen betaald en aan de inventaris van de MLD toegevoegd.

De Sikorsky SH-34J Seabat, bij de MLD vooral in het begin ook aangeduid als HSS-1N (werd zelfs op de staartsectie's aangebracht!) werden ingedeeld bij het boordsquadron VSQ-8.
Hoewel de machines in 1959 reeds waren besteld duurde het nog tot april/mei 1960 alvorens de eerste vijf van de in totaal twaalf nieuwe helikopters aan de operationele sterkte konden worden toegevoegd.
Na een opwerkperiode aan de wal, waarbij het VSQ-8 werd gedetacheerd op de Kooy voor het volgen van een onderzeebootbestrijdingscursus, embarkeerde het squadron vanaf 25 april 1961 regelmatig aan boord vanaf het vliegkampschip Hr. Ms. Karel Doorman.
Dikwijls bestonden de operationele vluchten uit deelname aan NATO- en smaldeeloefeningen, maar de dagelijkse vluchtopdrachten bestonden hoofdzakelijk uit het beoefenen van onderzeebootbestrijding.
In de cabine van de helikopters was hiervoor uitgebreide opsporingsapparatuur aangebracht, zoals de VDS (Variabele Diepte Sonar). 

Bij het opsporen van vijandelijke onderzeeboten zorgde een ingebouwde auto-stabilisator voor de noodzakelijke hovering stand (het stil hangen in de lucht) waarbij een veilige hoogte van ongeveer 15 meter op een vastgesteld punt boven het zeeoppervlak werd aangehouden.
Vanuit de heli werd daarna een zgn. dunky sonar uitgelierd in zee die, hetzij actief door het uitzenden van geluidsbundels van het vijandelijke object, hetzij door te luisteren, de onderzeeboot daarna opspoort.
De dunky sonar zond daarna de signalen weer terug naar de in verbinding staande ontvangstapparatuur welke zich in de cabine van de Seabat bevond.
Door bijvoorbeeld de heli op diverse plaatsen de sonar in een bepaald gebied in zee te lieren kon op deze wijze een nauwkeurige plaatsbepaling van een eventuele onderzeeboot plaatsvinden! 
Nadat een nauwkeurige plaatsbepaling had plaatsgevonden waren de Sikorsky SH-34's daarna in staat om d.m.v. meegevoerde torpedo's, ( van het type Mk.43 torpedo welke aan weerszijden van de romp konden worden meegevoerd) , de onderzeeboot te vernietigen.
Verder beschikten de heli's o.a. over een automatische pilootinrichting.


Naast de onderzeebootbestrijding werden de heli's ook ingezet voor het redden van drenkelingen.
Hiervoor waren de heli's uitgerust met een hijsinrichting welke zich aan de stuurboord kant van de kist bevond.

Met het buiten dienst stellen van VSQ-8 op 29 maart 1968 werden alle Sikorsky SH-34J vliegoperaties ondergebracht bij het VSQ-7. 


Hoewel de Seabats volledig waren uitgerust voor instrumentvliegen zowel bij overdag als 's nachts, werd in de beginperiode alleen volstaan met dagoperaties.
Pas in het voorjaar van 1964 werden de onderzeebootbestrijdingsoperaties ook 's nachts uitgevoerd.


In het geval dat de "Karel Doorman" voor een periodieke onderhouds- dan wel reparatiebeurt aan de wal verbleef, werden de Seabats afgevlogen naar Marinevliegkamp Valkenburg en opereerden tijdelijk vanaf deze lokatie.

In 1966 werd een wijziging in de operationele taken van de SH-34J Seabat helikopters ingevoerd; met de komst van de eerste nieuwe Westland Wasp AH-12A helikopter op 9 maart 1967 werd hiermee de taakonderzeebootbestrijdingsapparatuur van de SH-34J's overbodig, waarna men besloot tot het intern aanpassen c.q. ombouwen van de overgebleven machines.
Deze Seabat's werden nu volledig ingericht voor transport- en reddingstaken.
Na de aanpassingen werden de heli's aangeduid als Sikorsky UH-34J en ondergebracht bij een nieuw squadron, het VSQ-7 op Marinevliegkamp Valkenburg.


De Sikorsky SH-34J had een bemanning van 4 crewleden.
De MLD machines waren gespoten in een donkergrijze kleur aan de bovenkamt( inclusief de hegele cabinekap); aan de onder- en zijkant was een lichtgroene camouflagekleur aangebracht.

In 1972 werd de laatste Sikorsky UH-34J door de MLD buiten gebruik gesteld;
De 134 is bewaard gebleven en is via de Anthony Fokkerschool tenslotte aan de collectie van het Nationaal Militair Museum op Soesterberg toegevoegd.



 

De Sikorsky UH-34J Seabat 134 van VSQ-7 tijdens een
reddingsdemonstratie oefening op Ypenburg.