Douglas Dakota R4D-1

Terug


Taak                              Verkenning, transport en OSRD 
Totaal in gebruik          4
Operationeel                 februari 1960 - oktober 1961
In gebruik bij               VSQ-321






Het ernstige vliegongeluk van het Marine patrouillevliegtuig de Martin Mariner 102, die tijdens een waterlanding in de buurt van de Patipibaai (Fak-Fak) op 17 december 1959 neerstortte, vormde de directe aanleiding voor de aanschaf van een aantal Dakota's voor de Marineluchtvaartdienst.
De crash van de 102 betekende het 3e zeer ernstige Mariner ongeval binnen bijna een jaar en omdat het opereren met deze oude ex US Navy patrouillevliegtuigen vanwege de vele mankementen al stevig ter discussie stond was deze crash de aanleiding om een (tijdelijk) vliegverbod voor de Marine Mariner af te kondigen. 
Het tijdelijke karakter veranderde echter snel in een definitief besluit, zodat de Martin Mariners nooit meer in actie zouden komen bij de Marineluchtvaartdienst.
De resterende airframes vielen allemaal ten prooi aan de slopershamer.

Om vooral de belangrijke en noodzakelijke transportsteun voor het vervoeren van mariniers in Nederlands Nieuw Guinea te kunnen blijven uitvoeren werd, na een korte evaluatie, op 23 december besloten om als tijdelijke vervangers 4 Douglas Dakota transporttoestellen van de Koninklijke Luchtmacht over te nemen.
Als bijkomend voordeel was het feit dat er inmiddels 4 ex luchtmacht Dakota's, in afwachting van de vervanging door de Fokker F-27 Troopship en Friendship, buiten gebruik waren gesteld en in de opslag waren geplaatst.
Oorspronkelijk werden dan ook de volgende Dakota's voor de Marineluchtvaartdienst gereserveerd, t.w. X-6, X-7,X-11 en X-13)
Deze overtollige Dakota's waren reeds aangemeld bij het MAAG ( het inleverdepot van de USAF die de MDAP leenvliegtuigen beheerde) maar vanwege de slechte conditie waren ze niet vliegwaardig en stonden nog op Ypenburg.
Aan de hand van de geplande IRAN's voor de Dakota's werd echter aanbevolen om, gezien de nijpende situatie in Nieuw Guinea, de Dakota's X-4 en X-5 te gaan gebruiken. (i.p.v. de X-6 en X-7).

In een kort tijdsbestek moesten ook Marine piloten en technisch personeel worden geschoold.

Op 11 januari werden de eerste vier ( van totaal acht) toekomstige Dakota piloten voor de Marineluchtvaartdienst gedetacheerd bij 334 squadron op Ypenburg voor het volgen van de conversie opleiding.
Deze bestond uit 1 week grondschool theorie gevolgd door 10 uur type en 20 uur instrument vliegen.
De totale tijdsduur van de opleiding duurde circa 6 weken, inclusief de eventuele linkuren. 
Het technisch personeel ontving de opleiding bij 334 squadron, de technische dienst van vliegbasis Ypenburg en kreeg een training on the job bij Avio Diepen tijdens het uitvoeren van een PO en IRAN bij de luchtmacht Dakota's. 


Voordat de Dakota's aan de Marine konden worden overhandigd werd, op uitdrukkelijk verzoek van de Marineluchtvaartdienst, voor alle toestellen een ingelaste IRAN op de toestellen uitgevoerd.
In februari en mei 1960 werden de Dakota's door Marine vliegers na een inspannende en extreem lange vlucht afgeleverd op het Marinevliegkamp Biak (ook wel Boroekoe genoemd) op Biak en afgeleverd bij het VSQ-321.

Ondanks het feit dat het vervangen van de Mariner door de puur als transport/ passagierskist gebouwde Dakota een aderlating voor de Nederlandse vliegoperaties inhield ( geen taktische missies en een verminderde slagkracht) bleken de 4 machines van grote betekenis te zijn.
In de korte periode dat de Dakota's vanaf Biak bij VSQ-321 opereerden hebben de machines veel, nuttig en dankbaar werk verricht onder de vaak primitieve omstandigheden.
Naast de talloze transportvluchten werden de Dakota's, bij de Marineluchtvaartdienst aangeduid als Dakota R4D-1, ook ingezet als veelzijdig werkpaard bij patrouillevluchten, OSRD en werden ze ingezet bij gecombineerde oefeningen van landmacht en marine.
 

Met de komst van de Lockheed Neptune P2V-7B in oktober 1961, speciaal ontworpen voor aanvals- en patrouillevluchten voor de lange afstand, was de rol van de Douglas Dakota bij de Marineluchtvaartdienst uitgespeeld.
De drie overgebleven Dakota R4D-1 toestellen (1 vliegtuig werd na een vliegongeval afgeschreven) werden op 2 oktober 1961 officieel teruggegeven aan de Koninklijke Luchtmacht.
De machines bleven echter op Biak, waar ze, per 2 oktober 1961, naar het nabij gelegen Mokmer gingen en meteen werden overgenomen door het 336 (transport) squadron.
Maar dat is weer een ander hoogepunt uit de historie van de Nederlandse Dakota.
Zie voor info en details van de Dakota van 336 squadron bij Transports Dakota C-47A/B.
 





bijzonder interessante foto van de voormalige
Audiovisuele Dienst van de Koninklijke Marine

(tegenwoordig NIMH)van formatie Dakota R4D-1
van VSQ-321 in de linkerbocht voor downwind
pattern voor de landing op baan 11 op Boroekoe
op Biak.

rechts voor ligt vliegveld Mokmer, dat gebruikt
werd door de Koninklijke Luchtmacht; Marinevlieg-

kamp Biak of Boroekoe ligt rechts achter Mokmer.
foto Marineluchtvaartdienst