Grumman Tracker (C)S.2F-1 (C)S.2A

Terug

Taak                                 onderzeebootbestrijding/opsporing, instructie en manchetaken
Totaal in gebruik              17
Operationeel                    december 1960 - januari 1976
In gebruik bij                    VSQ. 1, 2, 4, 5 

Op 11 december 1960 ontving Nederland de eerste van een serie van totaal 17 Grumman Tracker (C)S-2F's, allen geschonken door de Canadese regering en ex Canadese strijdkracht machines.
Via de Amerikaanse oostkust, Nassau en Haïti waren de Trackers op hun nieuwe thuisbasis Hato op Coracao aangekomen.

De toestellen werden toegevoegd aan de inventaris van de MLD ter vervanging van de verouderde Avengers bij VSQ.1 op de Antillen.
Later werden de machines ook op de "Karel Doorman"en in Nederland gestationeerd op MVK Valkenburg.


De belangrijkste taak werd zowel opsporing als bestrijding van de vijandelijke onderzeeboten in de Carribeanop de Noordzee en Atlantische Oceaan.
Tevens werden de Trackers op vliegkampschip"Karel Doorman"gestationeerd.

Volgens Tracker piloten beschikten de twee motoren over een geweldig vermogen; op deze manier was het zelfs mogelijk om met 1 motor uit bij een doorstart of "bolter"(missen van de remkabels op het landingsdek) veilig door te vliegen en zelfs naar een veilige hoogte te klimmen.
De Tracker bemanningen waren dan ook vol lof over deze sterke(oa landingsgestel), veilige(weinig ongevallen) en toch wendbare(geweldig uitzicht en spiolers in bovenkant vleugels) toestellen.

Bij aankomst in Nederland werden de machines op MVK de Kooij geassembleerd, waarna ze op een dekschuit met bestemming Schiphol werden vervoerd.

Op Schiphol aangekomen volgde daarna een testprogramma bestaande uit een aantal testvluchten, waarna ze tenslotte op MVK Valkenburg werden afgeleverd.

De machine bestond uit een 4 koppige bemanning, met ieder z'n eigen disciplines.
De Tracker beschikte over een intrekbare koepel t.b.v. AN/APS38 opsporingsradar onder de romp en over een uitschuifbare MAD(magnetic anomaly detection) wat alles te maken had met het opsporen en bestrijden van een onderzeeboot.
Aan de achterzijde van de motorgondels bevonden zich SONO boeien en voor het gebruik op de vliegdekschepen konden de vleugels naar boven toe worden ingeklapt.

In begin jaren 70 deden de bezuinigingen op defensie steeds meer van zich spreken en ook de Stoof,de bijnaam van de Tracker(afgeleid van Amerikaanse benaming van het type S.2F) moest helaas, na vele jaren trouwe maar vooral ook nuttige dienst het veld ruimen.
De meeste Trackers gingen terug naar de Amerikanen (en via hun naar Turkije) ,andere toestellen werden in Nederland gesloopt.



Grumman Tracker van VSQ-1 op Hato op de Antillen maar
nog voorzien van een V(van MVK Valkenburg) op de staart