Percival Proctor III/IV

Terug


Nog tijdens de 2e Wereldoorlog, in juli 1944 om precies te zijn, ontving de op 7 juli van dat jaar opgerichte 1316 Dutch Communications Flight op Hendon in Engeland uit de voorraden van de Royal Air Force een Percival Proctor Mark III.
Hoewel deze versie door de Royal Navy en RAF werd gebruikt als radio-trainer gebruikte de 1316 Dutch Comm. Flt het vliegtuig voor allerlei klusjes op het gebied van personen- en licht transportvervoer.
Na de oorlog zou dit unieke exemplaar worden ingelijfd door de LSK (Luchtstrijdkrachten), de latere KLu en meeverhuizen naar Nederland, waar het de registratie W-1 ontving.
Kort daarna arriveerden dankzij het hulpprogramma "Target One" in juni 1947 nog eens 10 aanvullende Proctor Mark IV vliegtuigen.

De Proctor was de militaire uitgave van het bestaande burgervliegtuig Vega Gull en speciaal voor de RAF en Royal Navy in het leven geroepen als verbindingsvliegtuig.

Ook werd het veelvuldig ingezet voor trainingsdoeleinden. 
Opmerkelijk was dat de Percival Proctor volledig van hout was met een vast landingsgestel.
Volgens oud Proctor bemanningsleden was de machine "een gezellig, lief vliegtuig". Met een fijn geluid en het vloog zo heerlijk rustig"


In Nederland werden de Proctor toestellen hoofdzakelijk gebruikt als opleidingsvliegtuig bij de Waarnemersschool op Gilze Rijen.
Naast het opleiden van waarnemers vond bij de P-Flight ook de opleiding van radio-telegrafisten op de Proctor plaats.
Verder werd een klein aantal Proctor's beschikbaar gesteld voor het gebruik bij één of meerdere basisvluchten in ons land.
In ieder geval is bekend dat de enige Proctor Mark III, de W-1, waarschijnlijk vanwege het ontbreken van een aantal essentiele basis voorzieningen zoals communicatie apparatuur, al in een vroeg stadium niet meer als opleidingsvliegtuig op Gilze Rijen werd ingezet.
 
Zo arriveerde op 28 januari 1949 deze machine, tesamen met de eerste Gloster Meteor F-4 jachtvliegtuigen van het 323 Squadron, op de nieuwe thuishaven Leeuwarden, waarbij de W-1 werd ingelijfd bij de Station Flight , de latere Basisvlucht.
Dezelfde Proctor zou z'n verdere carriere als "basiskist" op Leeuwarden dienen en beeindigen toen de machine, na een ongelukkig taxi- incident, in afwachting van afschrijving in conservering werd gezet en nooit meer zou vliegen (oktober 1951). 

In 1947 vlogen de meeste Proctor vliegtuigen nog in het originele RAF camouflagepatroon, alleen voorzien van de Engelse registratie bestaande uit twee letters gevolgd door 3 cijfers.
Wel werden alle toestellen voorzien van het bekende Nederlandse rood-wit-blauwe rozet.

Rond 1948-1949 werden de meeste Proctor's voorzien van een opvallend zilvergrijs kleurenschema. 
Iets eerder ontvingen de machines de Nederlandse registraties W-1 t/m W-11.
Tenslotte werden de Procor toestellen van de opleidingsschool, conform het bij de Luchtstrijdkrachten nieuw geintroduceerde kleuren opleidingsschema, allen nog voorzien van een okergele overall camouflage.  


Was de Mark III versie een 3- persoons radiotrainer met een lichte houten constructie (totaal 437 serietoestellen geproduceerd welke door de Fa. Hills & Sons in Manchester werden vervaardigd, het prototype zag het levenslicht bij Percival), de Mark IV versie had een bredere en ruimere romp welke plaats bood aan 4 bemanningsleden.
Zo was de vliegerseat linksvoor in de cabine, de leerling boordtelegrafist zat daar rechts van.
De instructeur zat achterin, waarbij nog een passagier kon worden meegenomen.

Verder kon de machine, die in 1943 voor het eerst vloog en aanvankelijk luisterde naar de naam "Preceptor",  beter tegen een stootje vanwege een robuustere houtconstructie.
De Mark IV was, in tegenstelling tot de Mark III, verder ook uitgerust met een groter en breder cockpitraam bij de achterste seats.
Ook was de Mark IV extra uitgerust met uitgebreide communicatieapparatuur hetgeen met name voor het opleiden van radiotelegrafisten een extra pluspunt was.
Voor het beoefenen van peilingen was de Proctor IV verder voorzien van o.a. Marconi zender-ontvangst apparatuur waarbij je in morse berichten stuurde naar een grondstation.
Verder behoorde een bakenontvanger tot de uitrusting waarmee je d.m.v. lange en korte signalen (welke je via de koptelefoon opving) je positie kon bepalen.
Uiterlijke kenmerken daarvan waren de aangebrachte antenne welke midden op de romp was bevestigd en de antennedraad die tussen de bovenste cockpitrand via de vaste antenne naar de bovenkant van het staartroer liep.
" De peilsignalen klonken als "tut" of "taa", hoorde je alleen strepen of punten, dan zat je teveel naar links c.q. rechts".
"Bij "tut-taa-tut-taa" zat je goed op koers en dat noemde je dan een standard beam approach "aldus enkele oud Proctor boordtelegrafisten van het eerste uur. 
De opleiding tot (boord)telegrafist bij de Luchtstrijdkrachten vond destijds plaats op de Technische Opleiding Inrichting in Schaarsbergen.
Deze duurde ongeveer een jaar.
Vervolgens volgde plaatsing op Gilze Rijen bij de P- Flight voor een 3 maanden durende opleiding waarbij de ene helft van de dag bestond uit theorie, de andere helft werd er geoefend vanuit de Percival Proctor.

In totaal ontving de RAF 258 Proctor IV toestellen welke in de loop van  1955 buiten gebruik werden gesteld.

In Nederland verdwenen de Proctor's geleidelijk vanaf 1951 van het vliegtoneel.
Al in dat jaar openbaarden zich ernstige slijtageverschijnselen zowel bij de constructie (corrosie) als bij het motorgedeelte.
De werkuren bij de technische diensten liepen in 1951-1952 dermate fors op, dat het economisch niet meer verantwoord was om nog langer met de uit de 2e Wereldoorlog stammende Proctor's door te vliegen.
Hoewel de meeste Proctor's al maanden aan de grond stonden werden de lestoestellen in oktober 1953 pas officieel buiten gebruik gesteld.
De meeste Proctor's werden na de uitfasering opgeslagen bij het Depot Materieel Luchtmacht op Gilze Rijen(latere DVM).
Hoewel men de hoop koesterde om een aantal machines nog te kunnen verkopen in het burgerluchtvaartcircuit vonden de meeste Proctor vliegtuigen later hun einde als decoy vliegtuig, om weer later als instruktievliegtuig voor de plaatselijke brandweer te eindigen.

Helaas, het besef was er natuurlijk ook nog niet, maar van de 11 Nederlandse Proctor vliegtuigen is geen enkel exemplaar bewaard gebleven.





Nederland ontving in totaal 11 Percival Proctor lesvliegtuigen.
Reeds tijdens de 2e Wereldoorlog ontving de in juli 1944 
opgerichte 1316 Dutch Communications Flight haar eerste
machine in de vorm van deze afgebeelde Proctor III HM365,
die later bij de LSK werd omgenummerd tot W-1.
Het unieke aan deze kist was dat het de enige Proctor van
het type Mark 
III in Nederlandse dienst zou zijn.
Later, in 1947, arriveerden nog 10 extra Proctor vliegtuigen.
Deze waren allen van het verbeterde type Mark IV.
Op bovenstaande foto zien we de zilvergrijze W-1 als  
verbindingskist in gebruik bij de Station Flight van vlieg-
basis Leeuwarden in 1949-1950.
Zelfs werd het toestel tijdens deze periode nog ingezet
bij de Waddenvluchten op de geïsoleerde eilanden tijdens
de strenge winter in 1949.
foto KLu





een gecamoufleerde Proctor IV in de beginperiode
van het vliegtuig in Nederland zo rond 1947-1948.
foto beeldbank NIMH