Douglas C-47A Dakota Militaire Luchtvaart Indië

Terug



De Dakota C-47 van de Militaire Luchtvaart van het KNIL.


Voor het bevoorraden van de actieve Nederlandse squadrons in Australië( 18 squadron met de Mitchell B-25) en in Nieuw Guinea( 120 squadron met de P-40N Kittyhawk) werden in mei 1944 twee onafhankelijk van elkaar opererende transportafdelingen (  nr.1 Netherlands East Indies Transport Squadron (1 NEITS) en nr.2 NEITS) opgericht.

Naast de bevoorrading van de bovenvermelde squadrons verzorgden deze transportsquadrons ook het vervoer van stafofficieren van het hoofdkwartier in Melbourne en bemanningen van de squadrons die voor een verlofperiode in het vredige Australië bij konden tanken van de intensieve gevechtsmissies tegen de Japanners.
Daarnaast werd door leden van de Nederlandse Indische regering in ballingschap in Australië ook veelvuldig gebruik gemaakt van deze comfortabele manier van reizen.
De twee squadrons kregen de beschikking over 14 Douglas Dakota C-47 transportvliegtuigen, welke via de Amerikanen werden geleverd.

  

Deels om organisatorische reden maar vooral om optimaal van de beschikbare Dakota's gebruik te kunnen maken besloot de leiding van de Militaire Luchtvaart per 1 september 1944 tot een samensmelting van de beide squadrons tot 1 groot transportsquadron, aangeduid als het 1 NEITS .
De thuisbasis bleef ongewijzigd, nl. het Australische Archerfield op 15km van Brisbane.

Uit diplomatieke overwegingen, lees kritische houding met dreigementen van eventuele boycot sancties van de Australiërs tegen de Nederlands-Indische regering rondom de politieke situatie en verhoudingen met Indonesië werd het 1 NEITS op 15 augustus 1945 omgedoopt tot het 19 Dutch Squadron en onder commando van de Australische luchtmacht geplaatst.
Nu moeten we het "onder Commando van "niet al te letterlijk nemen, het was een taktische administratieve maar vooral diplomatieke oplossing om de weg vrij te kunnen maken om zonder al te veel vlieg- en landingsbeperkingen in Australië en de Indische archipel te kunnen opereren.
Bestond het 19 squadron grotendeels uit oud bemanningen van het vooroorlogse KNILM, het ondersteunend en technisch personeel was een mix van zowel Nederlanders als Australiërs.
Het onder Australisch commando plaatsen van het squadron betekende overigens wel dat de Dakota's , naast het dragen van een Nederlandse vlag, werden voorzien van een Australische burgerregistratie.

Naarmate de overgave van de Japanners in augustus 1945 steeds dichterbij kwam, veranderde de taak van het 19 squadron steeds meer van een militair vliegbedrijf in dat van burger vliegbedrijf, dat zich meer bezig hield met de burgerlijnverbindingen van het Indische luchtnet.
Het luchttransport bleek een enorm belangrijke schakel in de opbouw van de bevrijdde gebieden in de Indische archipel na de overgave van Japan,zowel voor militairen als voor de burgers.
De behoefte aan transport- en passagiersvervoer steeg spectaculair, er werd dan ook een enorm beroep gedaan op de manschappen van het 19 squadron.  
Naast de militaire bevoorradingsvluchten bestond de dagelijkse taak van het 19 squadron uit het verzorgen van voedselvluchten, het vervoer van medicamenten, evacuatievluchten van ex-krijgsgevangenen en ex-geïnterneerden uit de Jappenkampen en het vervoer van vele VIPS en bestuursambtenaren.
Dagelijkse vaste lijndiensten werden ingevoerd tussen Batavia, Bandoeng, Semarang, Soerabaja en Balikpapan.

De flinke groei van de burgeropdrachten bleef bij de leiding van de Militaire Luchtvaart dan ook niet onopgemerkt, zij speelden hier handig op in door de militaire kentekens van de Dakota's te wijzigen in een burgervriendelijkere uitstraling door de lettercombinatie "DT" van Dutch Transport, gevolgd door 3 cijfers, in te voeren.
Vanwege de flinke groei volgde in november 1945 een logische uitbreiding van het Nederlandse Dakota bestand.
Uit de enorme vliegtuig oorlogsvoorraden van de Amerikanen welke in opslag stonden op het vliegveld Clark Field bij Manilla op de Filippijnen werden 17 aanvullende Dakota's geselecteerd (registraties DT951 t/m DT960) ter aanvulling op de bestaande 13 machines. 

De meeste Dakota's in de opslag verkeerden in een erbarmelijke toestand.
Ze stonden al geruime tijd in weer en wind zonder enige vorm van onderhoud weg te roesten; een groot aantal toestellen waren ook nog eens flink beschadigd of van een aantal bruikbare onderdelen ontdaan.
Het in vliegwaardige toestand brengen van deze Dakota's kostte vele manuren.
Uiteindelijk lukte dat bij 10 Dakota's, de overige 7 machines zouden nooit meer vliegen; zij dienden als onderdelen voorraad om de overige Dakota's in de lucht te kunnen houden.


De oprichting van het Netherlands Indies Government Air Transport (NIGAT) door het departement van Verkeer & Waterstaat 
betekende een enorme organisatorische verbetering voor de coördinatie van het luchtvervoer in de Indische archipel.
Als onderdeel van de NIGAT werd tegelijkertijd de Vliegtuig Transport Groep (VTG) ( o.l.v. kolonel Willem Versteegh) opgericht. 

De VTG bestond uit het 18 en 19 squadron van de Militaire Luchtvaart van het KNIL, alsmede het VSQ-321( later het OVTS) van de Marineluchtvaartdienst.
Officieel omschreef men deze eenheden als "gemilitariseerde squadrons voor transport- en passagiersvluchten".
Met de oprichting van het NIGAT werden gelijktijdig de Australische banden van het 19 squadron als RAAF squadron beëindigd, het 19 squadron werd weer een volwaardig Dutch squadron onder Nederlands commando.

Aanvullingen op het Dakota bestand volgden nog met 21 bij Canadair gereviseerde vliegtuigen (DT961 t/m 981) gevolgd door een tiental bij Canadair omgebouwde passagiersuitvoeringen (DT982 t/m DT-991).

Een vreemde eend in de bijt vormde tenslotte een in Amerika aangeschafte VIP versie Dakota, aangeduid als Dakota DC-3D, voor het vervoer van regeringsfunctionarissen en Nederlandse stafmilitairen in Indië. (DT992).  

Nadat in mei 1946 een detachement van een aantal Dakota's, gelijktijdig met het plaatsen van een onderhoudsafdeling, op Kemajoran bij Batavia op Java wordt gerealiseerd, volgt pas in mei 1947 de definitieve overplaatsing van het 19 squadron naar de nieuwe thuisbasis.
De transportafdeling groeide als kool, de luchtvloot bestond inmiddels uit zo'n 36 Dakota's en om alle militaire en civiele luchtverbindingen te kunnen uitvoeren werden zelfs Australische en Amerikaanse bemanningen gerecruteerd.
Daarentegen werd het steeds moeilijker om goed geschoold technisch personeel binnen de poorten te krijgen;
om aan de grote vraag te kunnen voldoen werd ook burgerpersoneel aangenomen. 

Kort daarop, op 1 november 1946, wordt het 20 squadron op Tjililitan geinstalleerd, als transport- en ambulancedienstsquadron en uitgerust met de Mitchell TB-25 en een viertal Dakota C-47 vliegtuigen.

In het voorjaar van 1947 besloot de Nederlands-Indische regering, samen met het Departement van Verkeer & Waterstaat , de KLM en de KNIL, voor een duidelijke scheiding tussen het militair- en burgerluchttransport in de Indische archipel.
Na 1 augustus 1947 werden de taken van het 19 squadron geleidelijk afgebouwd en verdeeld in een burgertak, het "Interinsulair Bedrijf"onder auspiciën van de KLM, terwijl de militaire vluchten bij het bestaande 20 squadron werden ondergebracht.
Op 1 april 1948 werd het 19 squadron officieel opgeheven.


Het 20 squadron was daarmee het enig overgebleven Dakota transportsquadron van de Militaire Luchtvaart.
Tot de opheffing van de Militaire Luchtvaart in 1950 heeft het squadron een zeer enerverende en overbelaste periode gekend met opdrachten die varieerden van bevoorrading, voedseldroppings, deelname aan Politionele Actie's , paradroppings, gewondenvervoer , passagiersvervoer etc etc.
In 1948 maakte het squadron ruim 9600 vlieguren waaronder vele uren voor het onderhouden van acht vaste lijnverbindingen door de Indische archipel.

Voor het militaire luchtvervoer werden deze Dakota's ter beschikking gesteld, waarbij de vluchtoperaties werden gecoördineerd door het CMV (Coördinatie Militair Vervoer, welke hiervoor was belast met al het leger vervoer in Indië.

Vooral de zgn. "Biak-CMV lijndienst"sprong er vanwege de totale afstand van 7400 km uit,de lijndienst werd 2x per maand gevlogen en ging van Batavia vv met tussenstops in Bandoeng, Semarang, Soerabaja, Makassar, Ambon, Biak, Morotai, Menado, Kendari, Makassar, Bandjarmasin en Soerabaja.

Ook in de laatste maanden van het bestaan van de Militaire Luchtvaart werd er door het 20 squadron nog volop gevlogen.
Begin 1950 klokten bemanningen van het squadron soms nog meer dan 1000 vlieguren per maand.

Omdat het luchtvervoer van essentieel belang was besloot men het squadron, als één van de laatste onderdelen van de Militaire Luchtvaart in Indië, pas op 20 juni 1950 buiten dienst te stellen.
De Dakota's werden daarna overgedragen aan de luchtmacht van Indonesië, de Angakatan Udara Republik Indonesia, afgekort als de 
Auri. 

Het was in die jaren niet de gewoonte om met de uitreiking van medailles, lintjes of onderscheidingen personeel te waarderen na het leveren van een bijzondere groepsprestatie onder vaak zeer moeilijke en primitieve omstandigheden.
Als we echter zowel de vliegurenstaten van bemanningsleden als de onderhoudsstaten van het technische personeel raadplegen, vragen we ons af hoeveel uren arbeid de manschappen per dag wel niet moesten verrichten!.. 15 vlieguren per dag waren eerder regelmaat dan uitzondering, er werd van smorgens zeer vroeg tot s'avonds na zonsondergang gesleuteld om de kisten de volgende dag weer vliegklaar op de flightline te krijgen!  
Dat er destijds topprestaties van ongekende hoogte werden verricht door de militairen en burgers van het 19 squadron en 20 squadron vertellen ons de cijfers en getallen van de squadron documenten pas na het bestuderen ervan!
Doorzettingsvermogen, kameraadschap, onbegrensde flexibiliteit, moed, volharding en de " niet zeuren maar poetsen" mentaliteit waren de natuurlijke eigenschappen van deze mannen in een turbulente en moeilijke periode.      

Met groot respect voor hun prestaties dragen we daarom dit uitgebreide overzicht met de levensloop van de Dakota van de Militaire Luchtvaart op aan alle voormalige squadronleden van zowel het 19 squadron als het 20 squadron van het KNIL.
Veel leesplezier! 










Twee bijzondere opnamen van Dakota's van
het 20 squadron van de Militaire Luchtvaart
van het KNIL in Nederlands Indïë
kort na het einde van de 2e Wereldoorlog.
Op de bovenste foto zien we de DT963 
op vliegveld Tjililitan, de onderste foto
is gemaakt tijdens een bezoek aan Andir.
beide foto's coll Jerry Stok.