Douglas C-47A/B Dakota

Terug



Taak                               Vip- en transportvervoer voor de korte afstand
Totaal in gebruik          19
Operationeel                 juli 1952 - november 1962
In gebruik bij               1 Transva, 334 squadron, 336 squadron




Als we de Nederlandse Douglas Dakota's, welke tijdens en vlak na de 2e Wereldoorlog werden gebruikt, even buiten beschouwing laten dan kunnen we vaststellen dat de eerste Dakota transporttoestellen voor de Leger Luchtmacht Nederland in juni 1952 werden afgeleverd.
Meteen moeten we bij deze conclusie opnieuw een voorbehoudt maken, aangezien de voormalige Koninklijke Luchtmacht, toen nog aangeduid als LLN (Leger Luchtmacht Nederland), reeds enige jaren gebruik maakte van een aantal gecharterde Dakota's van de KLM.
Werd de eerste KLM Dakota nog gebruikt voor het lessen van toekomstige luchtmacht piloten op dit type, de andere KLM machines werden steeds vaker geleend voor het toenemende vrachtverkeer.
Aangezien deze situatie verre van ideaal was besloot de luchtmachtleiding om via het MDAP hulpprogramma een beroep te doen op de Amerikaanse Luchtmacht voor het in bruikleen krijgen van een aantal tweedehands Dakota's.
In totaal ontving de luchtmacht 17 transporttoestellen van het type Douglas Dakota C-47B.
Van deze serie occasions waren 12 vliegtuigen eerder gebruikt door de Royal Air Force, terwijl 4 andere machines afkomstig waren van de Belgische Luchtmacht.
De Dakota's werden in Nederland ingedeeld bij 1 Transva op de vliegbasis Valkenburg en vormden de ruggengraat van het transport vervoer voor de Nederlandse Luchtmacht in de jaren 50.

De bemanning bestond meestal uit 4 personen waarbij de samenstelling kon varieren uit in ieder geval altijd een eerste en tweede bestuurder, een boord telegrafist, en daarnaast in wisselende samenstelling een boordmecano of een boord monteur.
Als lading kon er tot zo'n 5000 kg aan goederen worden vervoerd.
Het vliegbereik van de Douglas C-47B Dakota reikte tot een slordige 3000 km.


Op 1 december 1952 werd de 1 Transport Vliegtuigen Afdeling (Transva) gewijzigd in 334 squadron. 
In dezelfde periode werden alle Dakota's ook voorzien van een zgn. taktische squadronregistratie op de romp. (ZU-1 t/m ZU-17)

Tijdens de watersnoodramp in februari 1953 verrichten de Dakota's veel nuttig werk met de talloze voedseldroppings en het vervoer van maar liefst 165 ton aan goederen. 

Naast de transportversie werden in 1955 nog enkele vliegtuigen (o.a X-8 en X-9) omgebouwd tot VIP- passagiersvliegtuig.
Deze Dakota's werden tevens voorzien van een grijs/wit aangepast burger kleurenschema.
Tenslotte is de X-2 in juli 1956 omgebouwd tot calibratievliegtuig; in de romp werd "Decca" meetapparatuur aangebracht en als zodanig is dit toestel tot mei 1961 gebruikt, waarna een Fokker F-27 deze taken overnam. 

Tussen 9 en 18 december 1957 werden de Dakota's overgevlogen naar de nieuwe thuisbasis Ypenburg; Valkenburg was bestemd alsn Vliegkamp voor de Marineluchtvaartdienst en het gerenoveerde Ypenburg was klaar om de nieuwe bewoners te ontvangen.

De veelvuldige vraag naar luchttransport opdrachten  begon eind jaren vijftig voor de Dakota's z'n tol te eisen; slijtageverschijnselen deden zich steeds vaker voor, de IRAN grote inspectiebeurten duurden steeds langer en er kwamen beduidend hogere kosten voor periodiek onderhoud.
Het werd daardoor steeds moeilijker om aan de grote vraag naar transport binnen de luchtmacht te kunnen voldoen.
Er werd naarstig gezocht naar een volwaardige opvolger van deze onvermoeibare transportreus; zoals misschien bekend resulteerde dat in de aanschaf van de Fokker F-27 Troopship en Friendship.
Echter, van een definitief einde van de Dakota bij de Koninklijke Luchtmacht was nog lang geen sprake, integendeel!
Vanwege het definitieve vliegverbod van de Martin Mariner bij de Marineluchtvaartdienst in Nederlands Nieuw Guinea werd de Dakota als noodoplossing voor de verkenningsvluchten aangewezen.
In totaal werden 4 ex Luchtmacht Dakota's, na een grondige IRAN inspectiebeurt, overgenomen door de Marineluchtvaartdienst.

In februari en mei 1960 werden de toestellen,bij de Marineluchtvaartdienst, aangeduidt als Dakota R4-D, overgevlogen naar het verre Biak en afgeleverd bij VSQ-321.
Daar werden de Dakota's voor veelzijdige taken ingezet, transport, verkenning, OSRD en oefenpartner bij gecombineerde landmacht en marine oefeningen.
Met de komst van de nieuwe Lockheed Neptune in oktober 1961 werden de 3 overgebleven Dakota's( 1 was afgeschreven na een vliegongeval) teruggeven aan de Koninklijke Luchtmacht.

(zie voor verdere historie van de Marine Dakota R4-D onder Maritime & SAR)

Per 1 september werd het 336 squadron op Mokmer opgericht, t.b.v. het verzorgen van het noodzakelijke luchttransport in Nederlands Nieuw Guinea.
De ex Marine Dakota's waren op Biak achtergebleven en kregen de oorspronkelijke registraties weer terug, terwijl de luchtmacht inmiddels 3 Dakota's definitief van de Amerikanen had aangekocht voor gebruik op Mokmer.
Deze machines (X-2,3 en 10) gingen per schip naar Mokmer op Biak, waar ze in juli en augustus 1961 aankwamen.
Daarnaast kocht men in Australië nog twee oude Douglas Dakota's type C-47A ter vervanging van de verongelukte X-3 en X-11.
Gezien de korte tijd dat het squadron nog op Biak gestationeerd zou zijn was deze aankoop achteraf niet meer nodig geweest. 
Deze kisten werden in september 1962 bij 336 squadron afgeleverd.
Deze twee ex passagiersuitvoeringen hadden als nadeel dat ze niet waren uitgerust met een dubbele vrachtdeur maar een enkele smalle passagiersingang in de romp.

Op één vliegtuig na ( X-2) werden alle Dakota's van het 336 squadron voorzien van een wit tropendak als wapen tegen de fel brandende zon.
Tot november 1962 hebben de Dakota's van de luchtmacht op Mokmer bij het 336 squadron talloze (vracht)vluchten verzorgd.
Daarmee was het ook het laatste operationele luchtmacht squadron op Biak.
Toen de laatste vluchten eind oktober 1962 hadden plaatsgevonden had men het plan om de Dakota's per schip terug te brengen naar Nederland.
Een Amerikaans bedrijf in Manilla toonde echter belangstelling voor de machines, waarna ze zonder markings begin november door luchtmacht piloten werden overgevlogen naar Manilla.
9 november 1962 betekende het definitieve afscheid van de Dakota bij de Koninklijke Luchtmacht met de opheffing van het 336 squadron.

Daarmee kwam een einde aan een turbulente maar zeer interessante periode in de historie van zowel de Koninklijke Luchtmacht als de Marineluchtvaartdienst.  




De X-8 was één van de omgebouwde Dakota's voor
VIP- en  passagiersvluchten. 
De grijs/groene camouflage werd daarbij ook vervangen
door een frisse wit/grijze outfit met dayglow banden en
een mooi opvallend logo boven de ramen van de romp.
foto coll MLNL 





Dakota C-47A X-11/ZU-11 maakte z'n opluistering
op de open dag van vliegbasis Leeuwarden op
15 augustus 1953; helaas op deze foto wat minder 
goed te zien, maar ook de talloze vliegtuigen
op de achtergrond  zijn om te smullen; links

onder de vleugel staan oa 3 ongecamoufleerde
Nederlandse Spitfires, rechts staat een enorme

flightline Nederlandse Gloster Meteor jagers
terwijl een displayteam van de Royal Air
Force met een viertal Vampire vliegtuigen
hun vliegdemo afwerkt.
foto coll: Piet Glas